Viscerale Therapie”

Viscerale Therapie

Viscerale therapie, ook wel bekend als viscerale manipulatie, heeft zijn wortels in de osteopathie. Het is ontwikkeld door de Franse osteopaat Jean-Pierre Barral,R.P.T., D.O. in samenwerking met Alain Croibier,R.P.T., D.O..Barral heeft zijn benadering van viscerale therapie in de jaren 1970 ontwikkeld. J.P.Barral is mede-oprichter van het Barral Instituut in Florida en directeur van "The Department of Osteopathic Manipulation" aan de"University of Paris School of Medicine.
De therapie richt zich op het onderzoeken en behandelen van de interne organen(viscerale organen) en hun omringende bindweefsel(fascia) om de mobiliteit
en functie te verbeteren. Volgens Barral kunnen verstoringen in de mobiliteit (bewegelijkheid) van organen bijdragen aan diverse gezondheidsproblemen.Tijdens activiteiten zoals wandelen en bukken, moet het bindweefsel rondom de inwendige organen ten opzichte van elkaar en hun omgeving (spieren, botten en gewrichten) kunnen bewegen en glijden. "Echter, als een orgaan niet optimaal kan bewegen: ten gevolge van infecties, ontstekingen, verklevingen, abnormale spanning of verplaatsing dan zal het de andere naast liggende organen en lichaamsstructuren ongunstig beinvloeden.Deze disbalans zal in eerste instantie restricties en chronische irritatie in het lichaam veroorzaken. Op langere termijn kunnen er ook klachten onstaan van organen zelf, zoals obstipatie, maagzuur, enz. Bij de viscerale osteopathie gaat men er vanuit dat een gestoorde bewegingsvrijheid van een orgaan de oorzaak kan zijn voor verschillende soorten lichamelijke klachten. De osteopaat onderzoekt met zijn handen of er ergens bewegingsvrijheid van een orgaan verloren is gegaan. Ontstaan door o.a. : Externe factoren zoals : operatie's, littekens, ongeval, blessures, trauma's. Interne factoren zoals: kort durende emotionele overbelasting of langdurige stress, on-evenwichtige voeding, eenzijdige voeding og hormonale problemen. Deze bewegingsbeperking wordt met rustige technieken zoveel mogelijk weer in zijn normaal fysiologische bewegingsvrijheid terug gebracht. Op deze manier wordt het zelfgenezend vermogen van het lichaam weer geactiveerd. Een voorbeeld is de lever die bij bewegingsverlies via bindweefselstructuren een schouder-arm syndroom rechts of disfunctie van de borst en nek wervels kan veroorzaken.